Als koiliefhebber is het toch belangrijk dat we op de hoogte zijn van hoe de vis in elkaar zit.
Welke organen uw koi heeft, waarvoor ze dienen en waar we ze kunnen vinden.
Het is niet alleen interessant om te weten hoe de opbouw van uw koi is, het is ook noodzakelijk om diagnoses te stellen als uw vis ziek wordt.
DE HUID:

In de opperhuid ( epidermis) van een koi bevinden zich slijmcellen die de koi een slijmlaag geven.
Een gladde laag die de koi moet beschermen tegen o.a. ziekten.
Dit is de belangrijkste beschermlaag bij vissen.
Het biedt bescherming tegen bacteriën, virussen en parasieten en kan aangetast worden door stress, aanraking met voorwerpen of door slechte watercondities.
Door deze slijmlaag voelen vissen zo glibberig aan.
Een vis kan ook teveel slijm produceren en dit kan dan wijzen op een aantasting door een ziekte.
Onder de opperhuid ligt de lederhuid ( Dermis ). Hier liggen de schubben, kleurpigmenten en zenuwbanen . Deze lederhuid is dus een belangrijke laag die het aanzien van onze koi bepaald.
DE SCHUBBEN:

De schubben maken onderdeel uit van de driedelige lichaamswand van een vis. . Ze zijn doorzichtig en overlappen elkaar. De schubben liggen plat tegen het lichaam, is dit niet zo dan moeten we denken aan ziekten zoals opstaande schubben en waterzucht.
Onderhuid. De onderhuid is een losse vetrijke weefsellaag die meer doorbloed is dan de lederhuid. Ze verbindt de huid met onderliggende structuren waaronder de spieren. Ten gevolge van de losse structuur kunnen ziekteverwekkers die de huid binnendringen en elke hiermee geassocieerde ontsteking, zich gemakkelijk verspreiden .
Mond. Dient uiteraard voor het opnemen van het voedsel maar ook voor het opnemen van water waarin het belangrijke, levensnoodzakelijke zuurstof aanwezig is dat door de kieuwen wordt verwerkt. Aan de manier waarop de vis voedsel opneemt, kunnen we ongeveer de gezondheid van een vis bepalen.
De baarddraden:

Kieuwdeksels
Bevinden zich aan beide kanten van de kop en worden bezet met talrijke kieuwplaatjes. Dit is een grote botachtige plaat die de kwetsbare kieuwen beschermt.
Het deksel kan vrij bewegen en fungeert als een eenrichtingsklep: er kan wel water uit de kieuwholte stromen, maar het weggestroomde zuurstofarme water kan niet terug de kieuwen in. Het kieuwdeksel zit scharnierend vast aan de schedel.
Als de vis de bek opent, stroomt er zuurstofrijk water naar binnen. Het water wordt over de kieuwen naar de kamer achter het kieuwdeksel gepompt (= inademen). Wanneer er water over de kieuwplaatjes stroomt, neemt het bloed in de haarvaten zuurstof op uit het water en geeft koolstofdioxide af. Het water stroomt in tegenovergestelde zin over de plaatjes als het bloed in de plaatjes. Bij uitademen vloeit het zuurstofarme water langsheen de kieuwplaatjes weg als de vis zijn bek sluit. Dit water wordt door een opening achter het kieuwdeksel naar buiten gestuwd. Bij steur zijn deze kieuwen het minst ontwikkeld.
De ogen De ogen van vissen hebben geen oogleden waardoor ze staren in het water. Ze kunnen zowel zijdelings als naar boven en onder kijken op hetzelfde moment. Aan de ogen kan men zien of een vis al dan niet gezond is. De ogen mogen niet ingevallen zijn en moeten helder staan. De steur is zo goed als blind. De ogen zijn een kwetsbaar deel omdat ze niet worden beschermd.
De neus De neusgaten (één aan elke kant) komt vlak achter de ogen. De neusgaten bevatten zintuigcellen die te vergelijken zijn met de smaakpupillen op onze tong. Om geuren waar te kunnen nemen zijn deze zintuigcellen via het zenuwstelsel verbonden met de hersenen.
De oren
Een vis heeft geen uitwendig oor. De geluidstrillingen worden via de zwemblaas en via de beentjes van Weber verder doorgestuurd naar het inwendig oor. Langs beide zijden van de romp ligt een rij schubben die verbonden is met het zenuwstelsel van de vissen. Dankzij dit orgaan neemt de koi geluids en druk veranderingen waar, waardoor de koi zich kan orienteren in het water.
De vinnen 
Vinnen zorgen ervoor dat vissen stabiliteit kennen in het water en dat ze ook kunnen bewegen in het water.
Aan de vinnen kunnen we zien of een vis al dan niet gezond is. Ligt de rugvin langdurig plat of is de staartvin samengeknepen of rafelig, dan mogen we er zeker van zijn dan onze vis ziek is. De vinnen moeten mooi gespreid staan en moeten mooi doorlopen zijn met bloed. De rugvin is de belangrijkste vin van de vis. Met deze vin houdt de vis zich mooi rechtop in het water waardoor hij niet gaat rullen. De rugvin kan plat gelegd worden om zo een grotere zwemsnelheid te halen.
De buikvinnen zijn de besturingsorganen van de vis. Met de buikvinnen kan een vis naar links of rechts zwemmen maar ook naar boven of beneden. Niet iedere soort vis heeft deze vin. De aarsvin zorgt voor stabiliteit in het water en zorgt er ook voor dat de vis niet gaat rullen. De staartvin geeft de mogelijkheid om de vis naar links of naar rechts te laten zwemmen. De staartvin kan vergeleken worden met een roer. De vorm en oppervlakte van deze vin bepaalt de snelheid waarmee de vis kan zwemmen. Hoe kleiner de staartvin, des te sneller de vis. De borstvinnen bevinden zich achter de kieuwdeksels. Zij verplaatsen enorme hoeveelheden water. Hiermee kan de vis zich voortbewegen naar voor, stoppen en naar achter. Bij karperachtigen dienen de borstvinnen ook om op de bodem naar voedsel te woelen.
|
| Kiwa en Sashi bij een Kohaku |
|
| Mooi voorbeeld van Kiwa en Sashi |
Van kop naar staart bekeken is de beginrand van een patroon (hier rode vlekken) het sashi en is de eindrand het kiwa. Aan de ontwikkeling van het kiwa en sashi kan een goede van een minder goede koi onderscheiden worden.
|
Een koi legt van nature ongeveer 100.000 eitjes per kilogram lichaamsgewicht. In natuurlijke omstandigheden overleeft amper enkele percenten van dit aantal. Aangezien de koikweek geen natuurlijk proces is moeten we de natuur een handje helpen. Het is nutteloos om alle koi te laten opgroeien want deze hebben geen enkele attractieve, en dus ook economische waarde.
Vandaar dat koikwekers aan 'culling' doen. Culling is eigenlijk de koi selecteren, waarbij men de visjes die de selectie niet hebben doorstaan vernietigt worden. Dit klink niet erg leuk maar het is echt noodzakelijk. De basis waarop men selecteert is afhankelijk van welke variëteit men aan het selecteren is. Wij zullen de selectieprocedure van twee gerenomeerde kwekers eens van naderbij bekijken.
De selectieprocedure van Torazo en Choguro. Torazo is een gerenomeerde Kohaku en Sanke kweker en Choguro werd wereldberoemd voor zijn perfecte Platina Ogons. Torazo is eigenlijk de naam van de bloedlijn van de door Kawakami Tsuyoshi gekweekte koi. De naam van het bedrijf is Urakawa Koi Farm en is gevestigd in Uragara. Torazo beschikt over 40.000m² mudponds in de bergen.
Hiroi Yoshio van Yamacho Koi Farm is beter bekent onder de naam Choguro en kweekt voornamelijk Platina ogon en beschikt daarvoor over 30.000m² mudponds, welke allemaal in en rond Aikawa liggen.
De selectie Alle kwekers gebruiken min of meer verschillende methoden om koi te kweken. maar dit verslag zal u een duidelijke indicatie geven over de gevolgde procedure's. De kweek wordt meestal opgestart in de loop van de maand mei. De jonge visjes komen dan uit eind mei begin juni. De hoeveelheid visjes hangt af van het ouderpaar maar bedraagt gemiddeld een 100.000 visjes per koppel.
Een eerste selectie(culling) gebeurt na ongeveer 35 dagen. Dit kan aan de mudpond gebeuren of in het koihuis. Bij Torazo gebeurt de eerste selectie voor Kohaku en Sanke enkel op basis van de kleur(rood). Bij Choguro gebeurt de eerste selectie enkel en alleen op basis van een mooi metalic wit hoofd. De afgekeurde vissen worden op het gazon gegooid(dit is Japan niet Nederland) of verwerkt tot vismeel. Uiteindelijk blijven nog een 40.000 visjes over.
De tweede selectie heeft plaats ongeveer rond 1 augustus. Bij Torazo gebeurt de selectie dan op de aanwezigheid van enig patroon. Enkel rode visjes worden verwijderd alsook de misvormde natuurlijk. Bij Choguro worden de visjes een tweede maal geselecteerd op een wit hoofd en grootte. Alle kleine visjes worden verwijderd alsook diegene met een niet perfect metalic wit hoofd. Uiteindelijk blijven nog een 20.000 visjes over.
De derde selectie heeft een maand later plaats. Bij Torazo gebeurt de selectie op basis van patroon zoals bij de tweede selectie; alsook worden de achterblijvers qua groei verwijderd. Bij Choguro worden alle kleine koi en diegenen die over het volledige lichaam niet dezelfde witte metalic kleurintensiteit hebben verwijderd. De afgekeurde visjes worden verwerkt tot vismeel of verkocht aan opkopers. Uiteindelijk blijven nog een 7.000 à 8.000 visjes over.
Eind september worden de kleine visjes; ze zijn dan ongeveer 8 à 10cm van de mudpond gehaald en naar de binnenvijvers gebracht. De koi worden normaal niet meer geselecteerd wegens te druk voor de kwekers. De koi kunnen nog niet getransporteerd worden over grote afstand(Europa) omdat ze nog te zwak zijn. De koi zitten op dat moment met 7.000 in ongeveer 30.000l water en worden de eerste weken niet meer gevoederd om hun groei in te perken. Ook daarna wordt er met mate gevoederd waardoor de koi ongeveer 12 à 15 cm zijn om als Tosai eind maart naar Europa te komen.
Uiteraard zit de kweker op dat moment niet stil, van begin oktober tot half november moeten alle grotere koi binnen gehaald worden alsook komen alle buitenlandse handelaars over de vloer opzoek naar twee en driejarige koi of ouder. Ik heb het reeds meermaals geprobeerd om op dat moment Tosai te kopen maar het was telkens 'not for sale'.
Januari en februari zijn heel rustige maanden voor de koikwekers en deze gebruiken ze om de overgebleven 7.000 visjes te selecteren(cullen). Eind februari heeft de kweker zijn selectie erop zitten; van de 7.000 visjes zitten er nu tussen de 1000 en 1500 apart(Tategoi) en zijn de overige 5.500 à 6.000 klaar voor verkoop als Tosai.
De 1000 à 1500 Tategoi worden in de loop van maart en april verkocht. De niet verkochte Tategoi gaan eind mei terug naar de mudpond en blijven daar tot eind september begin oktober. Meestal per 200 /op 1000m² mudpond.
|
Er zijn weinig termen in de koiscene die zo vaak verwrongen zijn gebruikt als de term tategoi. Het begrip staat in beginsel voor koi met veel potentie voor in de toekomst. . Koi dus, die veranderen en beter worden.
Dat is naar mijn smaak een nogal speculatieve en vage beschrijving. Immers, alle koi – zeker op jonge leeftijd – veranderen. Is een koi die vage verschijnselen van sumi vertoont en die in hard, kalkrijk water geplaatst wordt, een tategoi omdat het sumi vervolgens in strak zwart naar de oppervlakte komt? Of is dit een natuurlijk proces omdat de pigmentcellen die het sumi profileren, gestimuleerd worden door de mineralen in hard water? De kweker - en niemand anders - stelt vast wat zijn beste koi zijn. Dat doet ie voornamelijk op basis van ervaring. Hij weet dat het kruisen van ouderdieren van bepaalde bloedlijnen een zeker (klein) percentage goed nakomelingenschap oplevert. Maar anderzijds ook een enorm percentage rommel. Koi leveren namelijk een grote onzekerheid op bij de voortplanting. Ze kweken niet zuiver. Ware dat wel zo, dan zouden we allemaal met gemak topvissen kunnen kweken en zouden de Japanse kwekers zonder werk zitten. Verdere nadelige bijkomstigheid bij het kruisen is dat de genetica altijd geneigd is om terug te gaan naar de oorsprong. En dat is de magoi. Dat is een van de redenen waarom er zoveel onzuivere exemplaren bij het broed zitten. Nieuwe combinaties ouderdieren zijn daarbij meestal een kwestie van trial en error. De kweker kan niet bogen op ervaring met zijn nieuwe combinatie ouderdieren, dus het kan meevallen en het kan tegenvallen. Niettemin kan uiteindelijk zo’n 98% van het broed de vuilnisbak in, tenzij de kweker een goede afname kent van wat we budgetkoi noemen. Wat ten slotte overblijft zijn z’n tategoi en z’n tateshita.
Sembetsu De kweker selecteert, selecteert en selecteert. Hij selecteert in feite niet meer of minder op koi voor de verkoop en op koi die hij wil laten doorgroeien. Uiteindelijk houdt ie naar rato een kleine hoeveelheid tosai achter, bestemd voor een zomerperiode mudpond. Dat zijn de vissen waarvan hij verwacht dat die zich goed zullen ontwikkelen. Dat zijn de vissen waaraan hij de extra kosten van een verblijf in de mudpond wil besteden. De groei en de ontwikkeling die aan deze vissen kleeft, maakt dat de kweker straks forse bedragen voor deze geselecteerde tosai kan vragen. Daarom wil ie ze nu liever niet verkopen. Tenzij aan een (zeer) goede klant of enkele via de veiling. Als nisai zijn ze immers veel meer geld waard. Vermoedelijk mogen we deze selectie als tategoi classificeren. Immers, het woord tategoi betekent “houden” (tate) en “koi” (goi). Dat geldt zeker voor de daaropvolgende selectie, die voor het derde jaar de mudpond ingaat. Enzovoorts. Dat betekent dat een koper, die zich een sansai, een yonsai of een gosai aanschaft, vermoedelijk een vis met bijzondere kwaliteiten mee naar huis neemt. Ware dat niet zo, dan had de kweker de vis niet jaar na jaar in de mudpond laten vertoeven. Daar staat tegenover dat zo’n meerjarige koi ook te koop kan komen omdat die uiteindelijk niet naar een niveau is gegroeid die de kweker aanvankelijk verwachtte.
Voor wat tosai betreft zult u echte tategoi niet vaak tegenkomen. De kweker zal wel gek zijn om een koi met een in zijn ogen beloftevolle toekomst en een toekomstig prijskaartje om van te smullen, al op zo’n jonge leeftijd te verkopen. Los daarvan is het kopen van een tategoi tosai veel meer een gok, dan een tategoi nisai of een tategoi sansai. Hoe ouder de vis, hoe meer duidelijkheid er bestaat welke kant de vis in zijn ontwikkeling op zal gaan.
Tateshita Over tateshita doen ook allerlei verhalen de ronde. Niet zelden worden ze gepresenteerd als tategoi. Maar we weten nu dat die kwalificatie op zijn minst op onwetendheid of overschatting gebaseerd is. Ook wordt over tateshita wel eens minderwaardig gedaan. Het zijn immers geen tategoi. Hoewel er altijd gradaties zijn, zijn tateshita zeker geen minderwaardige koi. En het zijn zeker geen budgetkoi. Absoluut niet. Tateshita betekent “onder/beneden” (tate). Het zijn de vissen uit de voorlaatste selectie, de vissen dus die de laatste selectie naar tategoi net niet gehaald hebben. Ze kunnen worden gekwalificeerd als “the best of the rest”. Koi van prima kwaliteit maar met in de ogen van de kritische kweker kleine tekortkomingen. Wellicht bezit de vis iets te veel sashi of is de tekening net niet aansprekend genoeg. Het laat onverlet dat tateshita voor elke koiliefhebber tot waardevolle exemplaren kunnen uitgroeien. Interessant detail: meestal zijn koi uit deze categorie nog betaalbaar ook.
Rini Groothuuis |
Koi die rechtreeks uit Japan komen, moeten in quarantaine. Zoveel is wel duidelijk. Door de stress van de handling en het langdurige transport is het immuunsysteem zwaar onder druk komen te staan. Koi uit Japan worden altijd in gematigd zuur water vervoerd. Water met pH waarden van ca. 6,5. Dit om te voorkomen dat het ammonium in het transportwater wordt omgezet in giftig ammoniak. Pas vanaf 7.2 á 7.4 pH wordt het water licht alkalisch en wordt ammonium in toenemende mate giftiger naarmate de pH hoger is. Het wordt dan voor een steeds groter deel ammoniak. Bij pH 9,2 is ongeveer de helft van het ammonium omgezet naar giftig ammoniak. Gewoonlijk is het transportwater vrij koel: niet meer dan 16 graden. Qua opvang moet er dus nogal wat gebeuren. Het water in de opvangbakken van de dealer moet gematcht worden met het transportwater en daarna langzaam terug op dikte worden gebracht. Een acclimatisering nadat de koi een haast eindeloze serie stressvolle handelingen heeft ondergaan, te beginnen bij de selectie uit de bassins bij de Japanse kwekers. Stresshormonen moeten haast wel continu door de aderen van de vissen gieren. Dat maakt de vervoerde vissen uiterst kwetsbaar voor aandoeningen van allerlei aard. Grote kans dat parasieten en bacteriën op de verzwakte vissen hun lusten botvieren. Acclimatisering heeft dan ook de hoogste prioriteit. En die mag bij de dealer gerust een ruime tijd in beslag nemen.
Maar hoe staat met koi die succesvol een quarantaineperiode hebben afgesloten bij de dealer? Als u zo’n vis koopt, zou u die bij uw thuis dan ook in quarantaine moeten opvangen? “Liever niet,” zeg ik dan. Zo’n koi is niet meer verzwakt. Hij heeft de reis vanuit Japan getrotseerd, heeft zich geacclimatiseerd aan zijn nieuwe omgeving en is door de goede zorgen van de dealer aangesterkt. Zijn immuunsysteem werkt volop. Met andere woorden: hij past in uw vijver. Kijk, ik ga ervan uit dat u alleen koi koopt bij een dealer die betrouwbaar bij u overkomt. Waarvan u heeft vastgesteld dat de verzorging van zijn vissen onberispelijk is en de hygiëne van zijn bassins niets te wensen overlaat. Van de koi die u koopt, mag u verwachten dat die op en top gezond is. Zo’n koi moet niet bij u in quarantaine. Die moet uw vijver in. De reden is vrij simpel. Quarantaine is in hoge mate stressverhogend. Een q-bak bij de gemiddelde koihobbyist is normaliter erg klein, het water is doorgaans matig van kwaliteit en is door het geringe volume onderhevig aan schommelingen. Vaak staat de bak binnen en is er weinig daglicht. De waterwaarden in de q-bak zijn nooit dezelfde als van de vijver ook al ververst u regelmatig met vijverwater. Geen ideale plek om nieuwe vissen tot rust te laten komen. Indicaties zijn er volop. U komt de garage of de schuur binnen en u hoort de vissen nerveus tegen de wand van de quarantainebak schieten. Licht u het net of de deksel op, dan duiken de vissen verschrikt weg. Veel beter is het om nieuwe aanwinsten na de geijkte overhevelingprocedure meteen in uw vijver los te laten. Dat betekent dus eerst langzaam laten wennen aan de temperatuur en de watersamenstelling van het vijverwater. De nieuwe koi mengen zich onder het residentiële bestand en komen snel tot rust. Vaak eten ze al binnen de kortste keren. U moet uw vissen wel extra monitoren. Nieuwe toevoegingen leveren altijd enig risico op. De vissen krijgen meestal gedurende een paar dagen een terugslag. Dat heeft gewoonlijk te maken met het omgaan met de nieuwe bacterieculturen die via de nieuwe vissen zijn geïntroduceerd. Koi moeten daartegen weerstand opbouwen. Zowel de nieuwe koi als de bestaande populatie.
Bron: Rini Groothuis (uitsluitend toestemming van rini) |
Sumi (zwart) op de sanke, showa en shiro utsuri is een verraderlijke kleurstelling. Vooral in de eerste jaren gaat de kracht van sumi op en neer. Het verschijnt aan de huidoppervlakte in al zijn intensiteit en verzwakt en verdwijnt dan weer in de dieper liggende huidlagen, als een vage, blauwachtige grijze waas. Het is een uiterst dynamische kleurstelling. Neem daarbij het feit dat sanke aan de basis witte vissen zijn en showa en shiro utsuri een zwarte vis, dan is een compositie over de ontwikkeling van sumi op een koi een gewaagde onderneming.
Sumi ontwikkelt zich – in tegenstelling tot de rode tekening van de kohaku – van de staart van de koi in de richting van de kop. Dus van achteren naar voren. De achterste sumiplaat is dus meestal eerder ontwikkeld ten opzichte van de sumiplaten die zich meer richting de kop ontwikkelen. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat het meeste sumi van een sanke zich op het achterste gedeelte van de vis ontwikkelt. Net zoals bij de kohaku de concentratie van het hi zich meestal vooraan, vanaf de kop, bevindt. De beoordeling van de kwaliteit van de sumi vindt dan ook gewoonlijk plaats aan de hand van het sumi op de schouder of de kieuwplaat van de vis. Die is immers het traagst in de ontwikkeling, komt wat later tot “finishen” en is daarom een goede indicator van de algehele sumikwaliteit. Deze ontwikkeling is overigens geen dogmatisch gegeven – zoals altijd zijn er uitzonderingen – maar het is wel een aanvaardbare vuistregel.
Pigmentatie Verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het sumi zijn de melanoforen. Dit zijn cellen met biologische, zwarte pigmentkorrels, die in alle drie de huidlagen van de koi aanwezig kunnen zijn. Ze maken het organische pigment melanine aan, dat het zwart in de huid en op de schubben creëert. Er is iets speciaal met die zwarte creatie. Daar waar een rode pigmentatie zich versterkt door stoffen als caroteen en astaxanthine, die we via kleurvoer aan de koi kunnen toedienen, daar is de mate en het tempo van de ontwikkeling van het zwart een kwestie van de aanwezigheid van mineralen in het water en de watertemperatuur. Hoe harder en kouder het water, hoe sneller en krachtiger het onderliggende sumi zich presenteert. Voor koishows zetten kwekers showa vaak enkele weken in water met een hoge GH, zodat het sumi zich optimaal ontwikkelt en keihard wordt. Zwart kan dus niet gestimuleerd worden door koivoer. Die verandering van het sumi vindt plaats doordat de distributie van de pigmentkorrels in de melanoforen wordt herschikt. Dit proces geschiedt onder invloed van de temperatuur en de opname van mineralen. De zwarte pigmencellen verschijnen en verdwijnen als de melanine pigmentkorrels zich uitspreiden of terugtrekken vanuit of naar het centrum van de melanoforen. Op zich is dat niet zo raar. Veel koudbloedige dieren, zoals kameleons en inktvissen, zijn onder invloed van licht of stress in staat via de aanmaak van hormonen snel van kleur te veranderen. Ze camoufleren zich tegen opduikend gevaar of juist andersom, voor het leggen van een hinderlaag. Zo is bekend dat de samenklontering en ontwikkeling van pigment behoorlijk verstoord kan worden door de giffen die we als medicamenten voor de bestrijding van parasieten en bacteriën aan het vijverwater toevoegen!
Kwaliteitskenmerken De kwaliteit van sumi is zichtbaar en herkenbaar. Hoe meer melanoforen zich in de huidlaag bevinden en hoe meer huidlagen deze concentratie van melanoforen bevatten, des te sterker en prominenter het sumi. Deze structuur is het gevolg van erfelijkheidsfactoren. Hoe sterker deze structuur, des te minder de ontwikkeling van sumi afhangt van een surplus aan mineralen in het water. Het is al aanwezig in al zijn kracht. Bij tosai met een hoge sumikwaliteit is het toekomstige patroon derhalve wat gemakkelijker te voorspellen. Toch kan het jaren duren voordat het zwarte patroon stabiel is.
Sumi presenteert zich in een variatie aan vormen. Bijvoorbeeld als kleine stipjes die in een later leeftijdsstadium als een inkvlek uitdijen. Het geeft de koi een verfijnde elegantie, zeker als de sumiplaten van een lakzwarte kwaliteit zijn en sterk contrasteren met een witte basiskleur. Of als schaduwachtig sumi – kage sumi genoemd – waarvan de intensiteit toeneemt naarmate de koi ouder wordt. Of als blauw getint indigo sumi, dat stabieler is dan de andere sumitypen. Sumi op een witte ondergrond (tsubo sumi) is eveneens stabieler dan sumi op rood (kasane sumi). Sumi dat niet egaal dik en homogeen is en de sumiplaat een warrig uiterlijk geeft, noemen we Boke sumi. Het is inferieur in kwaliteit. De beste indicatie van stabiel sumi vinden we terug op de kieuwplaten van de koi, als zich daar een krachtig zwarte sumiplaat bevindt.
Sumi manifesteert zich vaak eveneens op de (borst)vinnen. Als streepjes (tejima) bij sanke en als een vlek uit de vinwortel (motoguro) bij de showa en shiro utsuri. Het hoeft niet – de vinnen kunnen ook wit blijven – maar het geeft de koi een elegantere uitstraling. Het motoguro is in de eerste jaren haast net zo dynamisch als het sumi op de huid: het dijt uit, trekt zich terug en stabiliseert zich naarmate de vis zal gaan “finishen”.
Van showa en shiro utsuri wordt verwacht dat zich een interessant koppatroon van sumi ontwikkelt (menware). Geliefd is de zogenaamde zigzaggende bliksemschicht op de kop. Bij sanke mag zich volgens jurynormen geen sumi op de kop ontwikkelen. Vaak de grootste meerwaarde ligt in de aanwezigheid van een opvallende, grote sumiplaat op een van de schouders.

Rini Groothuis Copyright voorbehouden (uitsluitend toestemming van Rini)
|
Steeds vaker komt de vraag bij ons in de winkel, wat is dat "fukurin" Het wordt eens tijd daar aandacht aan te schenken. Rini Groothuis (bekend van zijn boeken over de karpervisserij en zijn brede kennis over Nishikigoi) heeft hier een artikel over geschreven, en met toestemming van Rini wordt dit gepubliceerd op frieslandkoi.nl.
Er zijn weinig begrippen in de koiwereld die een zo verwarrende betekenis hebben meegekregen als het begrip Fukurin. Ieder geeft er zijn eigen interpretatie aan, met als gevolg dat menigeen door de schubben de huid niet meer ziet. Het valt ook niet mee, zo blijkt, om dit begrip in woorden duidelijk te maken. Wijs een koi met fukurin aan en leg je vinger op de plaats met het fukurin en iedereen begrijpt onmiddellijk wat je bedoelt. Maar om het tekstueel te verklaren….? Toen mij gevraagd werd om mijn versie eens op papier te zetten, heb ik me dan ook wel even achter mijn tedere oorlelletjes gekrabd. Hier is mijn poging.
Locatie Wanneer we het schubbenkleed van een volledig beschubde koi bekijken, dan zie we dat de schubben tegen elkaar aan liggen (zie foto shiroji (witte) schubbenkleed van een grote kohaku). In feite ligt binnen een horizontale schubbenrij de buitenrand van de ene schub over de wortel van de daaropvolgende schub. Dat is de normale situatie. Bij het gros van de volwassen koi dat tot jumbo uitgroeit, blijft dit schubbenkleed zo gehandhaafd. Als de koi groeit, groeien de schubben mee en die blijven elkaar nagenoeg begrenzen..
Echter, bij een koi met fukurin-eigenschappen gebeurt er iets anders. Als zo’n koi volwassen is en verder groeit, gebeurt het dat de schubben uit elkaar groeien. Er ontstaat ruimte tussen de schubben met name in de horizontale schubbenlijn. Er groeit vlees (huid) tussen deze schubben en er ontstaat een geweldig geaccentueerd netpatroon. Dat is goed te zien op de foto van het schubbenkleed van de yamabuki. Hier liggen de schubben duidelijk uit elkaar. Dit is de plek van het fukurin.
Kwaliteit Met fukurin bedoelen we de conditie, de hoedanigheid van de huid die de schubben omringd. Fukurin wordt bepaald door het guanine-gehalte in de lederhuid. Guanine is een verzameling van een soort van glanscellen, of beter gezegd kristallen, die de lederhuid bevat en die de huid een bepaald glinsterend effect geven. Sommige auto’s zijn met zo’n enigszins glinsterend metallic lak bespoten. Guanine wordt opgebouwd in de lederhuid door cellen met biologische pigment die chromatoforen genoemd worden. Hoe meer ruimte tussen de schubben en hoe hoger de concentratie van deze kristallen, des te hoger de kwaliteit van het fukurin en des te waardevoller (meestal) de koi. Het aanwezig zijn van guanine-concentraties is wel afhankelijk van de bloedlijn.
Golvende huid Het gebeurt, dat als een koi met fukurin verder groeit, de schubben niet kunnen volgen. Als het ware zwelt de huid rondom de schubben dan op. De schub komt dan dieper in de huid te liggen (in plaats van er bovenop) en het lijkt of elke schub in een klein ondiep kratertje ligt ingebed, met name in het gebied boven de zijlijn van de vis. Dit geeft de huid een wat geaccidenteerd, wat rimpelig of golvend effect. Vergelijk het een beetje met een golfbal. Hiermee is het fukurin volmaakt.
Schubben Wat zeker niet met fukurin wordt bedoeld, zijn de schubben. Sommige koi hebben op de rand van de schubben een glinsterend gin rin effect. Juist aan het schubbenrandje, niet meer dan een paar millimeter breed. We zien dat veel bij koi van Matsunosuke bloedlijnen. Veel liefhebbers denken dat dit het fukurin is, maar dat is niet zo. Het is wat we noemen Kado ginrin en dat is te zien op de foto van de Sanke.
Het is wel zo dat de transparante schubben – met name in zonlicht goed te zien – een bepaalde weerspiegeling of contrast meekrijgen door het onderliggende guanine-effect van de lederhuid. De schubben krijgen een bepaalde tint, een bepaalde etsing mee, vooral aan de dunne rand. Vergelijk het maar met de riem van de nagel op je vinger. Dat is wit, maar het gedeelte daaronder heeft de doorschijn van het vlees. Dat is nu ook het geval bij de schubben. De glinstering die je ziet komt vanonder uit door het guanine-effect. Het accentueert nog eens extra het netpatroon van het schubbenkleed.
Wat algemeenheden Fukurin werd het eerst ontdekt op de Hikarimonovariëteiten. Met name op de grootgroeiende Ogon-varianten profileert fukurin zich het sterkst. Omdat vroeger de Go-Sanke variëteiten niet zo groot werden, werd daarop geen fukurin aangetroffen. Dat is tegenwoordig anders. Op menig go-sanke met jumbo-potentieel (zie staatsiefoto Yamato) kunnen we met name op het shiroji (wit) maar ook op het beni prachtig fukurin identificeren. Maar vaak is dat pas echt goed te zien als de koi ouder is, zo vanaf zijn vierde jaar en hij/zij een lengte van boven de 70 cm heeft bereikt.
Koi met goed fukurin worden hoog aangeslagen. Ze zijn ook vrij prijzig. Maar dat gezegd hebbende: koi van uitmuntende kwaliteit behoeven niet perse fukurin te hebben. Het is een extra, geen eis. Maar wel mooi.
 Bron: Rini Groothuis
(met uitsluitend toestemming van de auteur) |
Externe anatomie van Koi
Dit onderdeel bevat alle zichtbare delen van de koi. De druppelvorm van de koi zorgt ervoor dat de vis bij het zwemmen weinig turbulentie ondervindt van het water waardoor hij snel en wendbaar is.
De Baarddraden Een koi heeft twee baarddraden aan beide zijden van de bek. Een kleine baarddraad bevindt zich naast de bovenlip; de grote baarddraad zit in de hoek van de bek. De baarddraden zijn bedekt met smaakpapillen waardoor de koi alles kan proeven wat ermee in contact komt. Koi zijn eigenlijk bodemvissen en kunnen met hun baarddraden voedsel op de bodem lokaliseren. Koibezitters geven de vissen meestal voer dat op het water blijft drijven, enkel om de vissen.
De Ogen Koi hebben voor vissen een goed gezichtsvermogen. De ogen bestaan uit kegeltjes en staafjes en zijn zo gestructureerd dat ze zowel kleur als zwart-wit kunnen waarnemen. Doordat koi in het water leven hebben zij geen nood aan beschermende oogleden. Voorzichtigheid bij het ‘netten’ van koi is dan ook aan te raden want men kan de ogen gemakkelijk beschadigen. De positie van de ogen op het hoofd stelt ze in staat bijna 360 graden in het rond te kijken. Dit is bijzonder belangrijk voor de vissen om tijdens het eten vijanden te kunnen zien aankomen.
De Kieuwdeksel Dit is een grote botachtige plaat die de kwetsbare kieuwen beschermt. Het deksel kan vrij bewegen en fungeert als een eenrichtingsklep: er kan wel water uit de kieuwholte stromen, maar het weggestroomde zuurstofarme water kan niet terug de kieuwen in. Het kieuwdeksel zit scharnierend vast aan de schedel.
De Vinnen Koi hebben vijf soorten vinnen: de rugvin, de anale vin, de staartvin, twee borstvinnen en twee buikvinnen. Koi zwemmen door gebruik te maken van hun spieren. De vinnen zijn voor de vis heel belangrijk voor hun stabiliteit in het water. Wanneer de rugvin en de anale vin worden gespreid, kan de vis niet zo snel kantelen; de borstvinnen en de staartvin zorgen ervoor dat de vis niet uit koers raakt. De borstvinnen en de buikvinnen zorgen ook voor de fijne bewegingen; wanneer de vis water uit de kieuwen laat stromen, kunnen deze vinnen de stuwende beweging die dan ontstaat tegengaan zodat de vis stil in het water kan blijven liggen.
De Anus Net voor de anale vin zit de anus. De darm en het ovarium of de testikels komen hierin uit. Net voor de anus bevindt zich een kleinere opening, waar de urinebuizen van de nieren in uitmonden.
Het Zijlijnorgaan Langs het midden aan beide zijden van de romp ligt een rij schubben; iedere schub is voorzien van een porie die via een klein buisje verbonden is met een kanaalvormige buis die in de huid onder de schubben ligt. Dit systeem van buisjes en kanalen maakt deel uit van het zijlijnorgaan. Op de kop loopt het zijlijnorgaan onder het oog naar de snuit. Wetenschappers zijn het nog niet eens over de functie van het zijlijnorgaan maar men vermoedt dat door beroering in het water er turbulenties in de buisjes onstaan en dit resulteerd dan in een vluchtreactie. |
Koi hebben net zoals mensen een aantal zintuigen van moeder natuur meegekregen. Ze kunnen ook zien, horen, ruiken en voelen maar toch zijn er een aantal grote verschillen met ons mensen. Een overzicht:
De ogen Een koi heeft net als de mens een paar ogen maar er zijn een aantal grote verschillen. Wij kunnen indien we willen onze ogen sluiten, bij het slapengaan sluiten we onze ogen. Een koi kan dit niet. De ogen van een koi zijn altijd wijd open en staren. De koi heeft dan wel het voordeel dat hij een tweemaal zo groot gezichtsveld heeft dan de mens. We zullen het geweten hebben als we een koi moeten netten. Een koi is dus minder vlug te misleiden, hij ziet meer dan een mens, of toch niet? Niet echt, wij mensen hebben het vermogen om onze lenzen te regelen om onderwerpen op verschillende afstanden scherp te zien. Een koi heeft dit vermogen niet en kan hierdoor geen details onderscheiden. Wat kan een koi niet met zijn ogen? Uitwerpselen onderscheiden van voeder bijvoorbeeld. Wat kan een koi wel met zijn ogen? Een koi is wel in staat om bepaalde kleur schakeringen te onderscheiden en om bewegingen waar te nemen. Een vangnet ziet de koi dus wel. Een koi kan ook het onderscheid maken tussen zonlicht en schaduwrijk ere plaatsen.
De mogelijkheid om smaak te herkennen. Een koi kan hoofdsmaken herkennen. Zuur, zout, zoet en bitter weet hij te herkennen en zijn voorkeur gaat uit naar zout en zoet. Een koi kan dus aan de hand van smaak zijn voedsel dat hij wil opnemen selecteren. Bij het zoeken naar voedsel op de vijverbodem kunnen ze dus bepaalde bestanddelen uitspuwen en andere opnemen. Het smaakorgaan bevindt zich in het mond gehemelte. De baarddraden bevatten specifieke cellen waarmee een smaakzintuig kan worden gevormd. Herkennen van geuren leunt nauw aan bij smaken herkennen en jawel een koi kan via zijn twee neusgaten die zich bevinden tussen de mond en ogen geuren opnemen uit het water. Het karakter van een koi en die van alle karperachtigen is trouwens de eigenschap om op de bodem op zoek te gaan naar bruikbaar voedsel. We hebben al gezien dat een koi in zijn muil een smaakorgaan heeft maar we vertelden ook al iets over de baarddraden. Zo’n koi heeft er twee paar. Een paar kortere en een paar langere, die allen gelegen zijn aan beide zijkanten van de muil. Het zijn de koi zijn voelsprieten en hiermee kan hij scharrelen en samen met zijn smaakorgaan beoordelen of iets eetbaars is of niet.
En of een koi bijten kan Geen zorgen, je koi zal niet aan je vinger knabbelen als je hem je vinger aanreikt. Een koi heeft wel in zijn keelruimte zogenaamde fijne keeltandjes, honderden maar liefst waar hij zijn opgenomen voedsel mee kan vermalen. Wij hebben onze tanden vooraan en in de kaken.
Kameleon eigenschappen De schubben worden gevormd in de lederhuid, bloedvaten, kleurpigmenten en zenuwbanen bevinden zich eveneens in deze onderliggende huidlaag. Een belangrijke huidlaag dus, hiermee wordt het uitzicht van onze koi bepaald, welke kleurpatronen hij heeft en hoe de schubben liggen. Nu weet iedereen dat een kameleon een meester is in het veranderen van zijn kleur afhankelijk van zijn omgeving. Een koi kan dit ook, in beperkte mate dan wel en het gebeurd allemaal in de lederhuid. De samenwerking van de zenuwen, de andere waarnemingsorganen en de kleurpigmenten kunnen ervoor zorgen dan kleuren veranderen afhankelijk van waar de koi zich bevindt. Zo zou het zijn dat sterke lichtprikkels hierop inspelen. Vooral het SUMI (zwarte kleurpigmenten) van een koi zijn het gevoeligst. Stop een Shiro Utsuri in een vijver met zwarte rand en stop er eentje in een blauwe omgeving met dezelfde watersamenstelling. Na een poos, en dit kan heel vlug gaan, zal het SUMI verbleken, een grijzere schijn aannemen en niet echt meer puur zwart zijn. SUMI dat reageert op lichtprikkels en overgaat van puur zwart naar een verminderde zwartheid noemen ze NABE SUMI. Vaak een probleem bij koishows waarbij de vaten allen blauw zijn. Dit is niet de enige factor van NABE SUMI, ook de hardheid van het water zou een rul spelen. Hard water zou een betere SUMI opleveren dan zacht water. Je kunt je nu de bedenking maken. Waarom verkoopt men dan enkel blauwe vaten en zie je op koishows niets anders dan blauwe showvaten? Het is toevallig de beste kleur om de kleur en patronen van de koi te doen overkomen. Ook bij onderzoek naar eventuele ziekten gebeurt altijd in blauwe vaten, juist omdat het observeren van de koi zo duidelijk maakt.
Buikje vol eten Gaat niet op bij koi en bij vissen in het algemeen. Ze hebben immers geen maag waarin ze voedsel kunnen stockeren. Men zegt wel eens het gaat er gewoon door en dat is ook zo. Een koi beschikt over een darmkanaal. Je zou het kunnen vergelijken met een transportband. Aan het begin, opname van voedsel (muil) het voedsel schuift door en ondergaat talrijke processen, voedselbestanddelen worden opgenomen, giftige producten worden verwerkt in de lever waarna het uiteindelijk de vis verlaat aan de achterzijde. Een koi veel eten geven (en dan op een korte periode) of voeder geven met weinig voedingswaarde is nutteloos, het schuift er gewoon door. We kunnen stellen dat je het schuifproces (transport van voeder) niet mag versnellen. Een koi is jammer genoeg niet in staat te zeggen, zoals wij het gevoel hebben van "Ik heb voldoende gegeten, mijn maag zit vul" Geef een koi elke minuut van de dag eten, hij zal het eten maar het transport van voeder in het darmkanaal wordt dan versneld. Voeder dat onderweg is van muil naar aars en processen ondergaat zal plaats moeten maken voor nieuw binnenkomend voeder. Van efficiënte voeding is dan geen sprake meer. Dit schuiven van voeder moet rustig kunnen gebeuren zodat voedselrijke elementen de kans hebben om opgenomen te worden door het lichaam. Dit alles is de reden waarom we koi meerdere malen per dag eten geven en niet in één keer. Beter in meerdere kleine porties dan in 1 grote. Is voor ons trouwens ook gezonder.
Een alles eter In principe eet een koi alles wat een mens zou eten en ze hebben ook zo hun eigen voorkeuren, het zijn alleseters. Nu is het niet de bedoeling dat we tafelresten i.p.v. aan de hond geven naar onze koivijver dragen en het laten verorberen door de koi. Er zijn koiliefhebbers die afwijken van de voederkorrels die in de vijverzaken liggen maar dit houdt wel gevaren in. In onze koivijver zullen koi waterinsecten, watervlooien, maar vooral plantaardig voedsel eten. Algen is een echt festijn voor de koi.
Zoet in zout Koi zijn dan wel zoetwatervissen doch kunnen ze het perfect stellen als hun water waarin ze leven voorzien is van een 1% zoutoplossing. Het kan hen beschermen tegen vooral dan ziekten van de protozoa groep en parasieten. Zwemmen in een wat zouter omgeving biedt hen ook ondersteuning en beschermd hen tegen kleine verwondingen. Soms kan zout zo doeltreffend zijn dat het wordt ingezet om te behandelen en te ontsmetten in een sterke zoutoplossing, in een korte bad kuur. Koi kan dus best een zoutkorreltje verdragen. Koud en warm Een koi is in staat zich aan te passen aan watertemperaturen van 2° tot 30° waarbij het gebied tussen de 18° en 23 °C optimaal is. Tussen de 20° en 28°C groeien ze het snelst en zullen ook het meest eten kunnen opnemen en vooral verwerken. Nu is het grote verschil dat een koi een koudbloedig dier is en een mens een warmbloedig wezen. De koi heeft geen constante lichaamstemperatuur maar neemt de temperatuur aan van zijn omgeving, de watertemperatuur dus. We kunnen zeggen dat een koi zich heel goed aanpast aan de temperatuur in zomer en winter maar met het verschil dat wij mensen gemakkelijk aan temperatuurschommelingen kunnen weerstaan op een korte, plotse periode. De ene dag omgevingstemperatuur van 3°C meer dan de volgende dag is geen probleem voor ons. Uit ons weer is het zelfs al gebleken dat we af en toe eens een temperatuursverschil van 10°C moeten slikken met een dag verschil zonder noemenswaardige problemen. Een koi verdraagt deze plotse schommelingen niet. Komt ook wel omdat hij koudbloedig is. Temperatuursschommelingen van 3°C op één dag is eigenlijk het maximum. Als koi keepers moeten we hiermee rekening houden bij het uitzetten van een koi die we gekocht hebben. De koi eerst in de plastiekzak laten drijven op de vijver voor een 30 tal minuutjes is om de mogelijke temperatuurschommeling op te vangen. Een koi een watertemperatuurschommeling van meer dan 10°C laten meemaken betekent een echte temperatuurschok met de dood tot gevolg. |
Japan is een land met vele klimaten Het zuiden grenst aan de evenaar terwijl het noorden forse winters kent met zeer veel sneeuw. Met name in de bergen was het vroeger ondoenlijk om in die winterse perioden het huis te verlaten. Om toch voldoende voedsel te hebben werden er in de huizen bakken gebouwd, waarin men karpers hield. Deze enorme vissen leverden veel eiwitrijk voedsel op.
Tijdens het kweken van deze vissen ontstonden er af en toe vissen met vreemde kleuren… Een paar boeren gingen met deze kleurenkarpers kweken. Zo ontstonden de eerste gekleurde sierkarpers welke in Japan “Nishikigoi” werden genoemd. Omdat de Nishikigoi fantastische kleuren hebben en ze iedere vijver sieren worden ze ook wel de “Levende Juwelen” genoemd. Er zijn in de loop der jaren verschillende variëteiten ontstaan, die we onderscheiden door kleur en patroon.
De Koi (afkorting van Nishikigoi) kan erg groot worden. De grootste exemplaren zijn meer dan 90 cm lang, er zijn zelfs exemplaren van boven de meter. Ook kunnen ze, onder goede condities, respectabele leeftijden bereiken van meer dan 50 jaar met uitschieters tot boven de 80. Ze mogen ook gerust huisdier genoemd worden want na enige gewenning kan men ze aaien en eten ze uit de hand! De koi-hobby is zeer boeiend maar eerlijk gezegd niet zo eenvoudig De vijveraanleg is bijvoorbeeld totaal anders dan van een natuurvijver. Er worden namelijk hoge eisen gesteld aan de filterinstallatie, een goede waterkwaliteit is van groot belang om gezonde Koi te houden. |
Japan: een droombestemming Japan heet in het Japans ‘Nihon’ of ‘Nippon’, hetgeen ‘de oorsprong van de zon’ betekent. ‘Ni’ betekent ‘zon’ en ‘hon’ betekent ‘oorsprong’. Nippon is een alternatieve uitspraak van Nihon. De uitgebreide naam is ‘nippon koku’, waarin ‘koku’ ‘land’ betekent vandaar dat men spreekt over: ‘land van de oorsprong van de zon’ of ‘het land van de rijzende zon’. Sinds de 7de eeuw was Japan verdeeld in ongeveer 60 provincies. Maar in 1871 werden alle feodale domeinen officieel opgeheven en werd Japan opnieuw opgedeeld, nu in prefecturen. De eilanden, met uitzondering van Hokkaido welke in zijn geheel een prefectuur is, zijn opgedeeld in 47 prefecturen, vergelijkbaar met onze provincies. Deze prefecturen krijgen het achtervoegsel -ken. Men spreekt dan over; Hiroshima-ken. Kyoto en Osaka krijgen als grootstedelijke prefectuur het achtervoegsel -fu, dus Osaka-fu en Tokyo krijgt als enige het achtervoegsel -to, dus Tokyo-to.
De hoofdstad van Japan Japan heeft in zijn vroege historie lange tijd geen vaste hoofdstad gehad. In de vroege perioden waren er slechts clans met ieder een eigen clanhoofd. Later waren er koninkrijkjes, zoals het koninkrijk Wa. Nieuwe keizers bouwden steeds nieuwe paleizen op een plek die hen het beste uitkwam. Vanuit het volksgeloof, shintô, was immers alles wat met de dood te maken had onrein en als gevolg daarvan kon een nieuwe keizer niet in het paleis van een gestorven voorganger resideren. Kyoto is van ongveer 600 tot 1869 hoofdstad gebleven. Hoewel Kyoto al die tijd de hoofdstad was geweest, was Edo, als zetel van het Tokugawa shogunaat, één van de belangrijkste steden van Japan geworden. In september 1868 werd, als één van de gevolgen van de Meijirestauratie, de naam Edo veranderd in Tokyo, de oostelijke hoofdstad en op 26 maart 1869 verhuisden de keizer en de regering naar Tokyo. Van toen af was Tokyo de nieuwe hoofdstad.
Het klimaat Japan is een zeer lang land en strekt zich grosso modo uit van de 31º tot 45º NB, met Okinawa nog veel zuidelijker. Het gevolg van deze uitgestrektheid is dat Japan een grote verscheidenheid aan klimaatsoorten kent, door de NW luchtstromen vanaf het vasteland van Azië in de winter, en door de ZO luchtstromen vanaf de Stille Oceaan, in de zomer. De temperaturen zijn erg afhankelijk van het gebied. Over het algemeen zijn de winters mild maar Hokkaido kent lange en strenge winters met sneeuw en vorst maar kent geen regenperiode. Tokyo kent ook een milde winter, vaak erg droog maar de zomer is erg vochtig en warm, met veel regen. In september wordt het land regelmatig getroffen door orkanen. Het meest aantrekkelijke weertype vindt men tijdens het voorjaar en het najaar. Japan is dan ook op z’n mooist. Wij reizen gemiddeld 2 tot 3 keer per jaar naar Niigata om de kwekers en onze eigen koi die daar verblijven te bezoeken
Uit eten in Japan  Een typisch traditionele Japanse maaltijd bestaat uit rijst, groenten, miso-soep, pickles en vis of vlees. Voor het kruiden wordt gewoonlijk soja-saus (Shoyu) gebruikt, en bij rijst wordt vaak gedroogd zeewier (Nori) gegeten. Zeewier is lekker en ook erg gezond! Bekende gerechten zijn verder Sashimi; dunne schijfjes rauwe vis met hete mierikswortelpasta (Wasabi), en Sushi; schijfjes rauwe vis op of in reepjes licht met azijn besprenkelde rijst. Het klinkt misschien eenvoudig, maar het kost vele jaren van opleiding om een goede kok te worden. Rijst en noedels Sushi Sashimi Tempura is gefrituurde zeevis en groenten, een gerecht dat in de 16e eeuw door Portugese handelaars in Japan werd geintroduceerd. Tot 100 jaar geleden aten Japanners geen vlees, maar nu zijn er veel gerechten met kip, varkensvlees of rundvlees. Zo is Japanse Sateh (Yakitori) erg populair, en ook Sukiyaki, rundvlees gekookt met groenten en Tofu in een pot op tafel, is een geliefd gerecht. Ook noedels (Soba, Udon) zijn in Japan erg populair, en worden vaak in plaats van rijst gegeten, opgediend in een diepe kom hete soep met groenten, vlees of vis. In Ojiya is een grote variateit aan restaurants je hoeft dus niet bang te zijn om honger te lijden tijdens je bezoek Volop groenten verse vis en vlees zijn verkrijgbaar
- Akachochin
- Gusto Family Restaurant
- Kadoya
- Kanak Pizza
- Mos Burger
- Partner Rest Shop
- Ron Ron China Dining
- Sukiya
- Tochu Ryoutei
- Wataya
 |
 |
 |
| Rijst en noedels |
Sushi |
Sashini |
Japanners eten gewoonlijk met stokjes (hashi). De tafel wordt gedekt met de rijstkom links en de soepkom rechts. De eetstokjes worden daar horizontaal voor gelegd. De stokjes hou je in de rechterhand, en met je linkerhand til je je soep- of rijstkom op. Voor de maaltijd zeg je; "Itadakimasu", en na de maaltijd zegt men "Gochiso-sama deshita", als dank voor het eten. Meest gestelde vragen over zelf koi inkopen in Japan:
Wat is de beste tijd om naar Niigata af te reizen ? Dit hangt af van wat u zoekt, er zijn in hoofdzaak twee seizoenen, zoals u wellicht weet:
- Herfst: Half oktober begint de oogst van de Nisai & groter. De werkelijke oogst van Tosai start eind september.
- Lente: De nieuwe Tosai zijn sterk genoeg om te worden vervoerd naar Europa . Vanaf februari tot juni
Kan ik Niigata bezoeken om koi te kopen buiten deze belangrijke seizoenen? Ja dat kan, want we zijn hier in Niigata bijna 365 dagen per jaar te bezoeken. Letop: De weersomstandigheden in dit gebied kunnen extreem zijn. Denk aan zware en vroege sneeuwval in de winter en zeer mistig en warm weer in de zomer. Dit maakt je bezoek minder comfortabel. Wij adviseren u, indien u zoek bent naar "top of the bill" kwaliteit vis, in het herfst seizoen uw Koi aan te kopen. Indien u geïnteresseerd bent in het kopen van voornamelijk Tosai, kleinere en/of grotere vis dan is het voorjaar de beste tijd om te komen. Ook in het voorjaar vindt u nog vis van hoge kwaliteit. Wat kunt u ons vertellen over de prijsstelling van de vissen in de twee seizoenen? In het najaar: Aangezien elke Koi uniek is en daardoor anders verschillen ze in individuele prijs, maar dat is niet het enige. Kwekers vinden 1 ding belangrijk, in tegenstelling tot andere bedrijven: Niigata kwekers willen vooral duurzame terugkeer van klanten in plaats van de incidentele grote deal met een onbekende klant. Regelmatige terugkeer zorgt voor het beste resultaat. De uiteindelijke prijs zal afhangen van ervaring en de gang van zaken tijdens de onderhandelingen. In het voorjaar: U vindt bij de kwekers vaak vissen aangeboden in verschillende kwaliteiten voor een vaste prijs. Het afzonderlijk selecteren van vissen uit deze bestanden is vaak mogelijk voor een iets hogere prijs. Groter formaat vissen uit de oogst van vorig jaar herfst worden vaak aangeboden voor betere prijzen.
|
Om onze koi handtam te krijgen hoeven we eigenlijk niet veel te ondernemen. Na een aantal voederbeurten een beetje geduld komen de koi vanzelf uit de hand eten. Doch zijn er een aantal voorwaarden voor het handtam maken van koi, zoals: Handtamme leider  ls hierboven ter sprake kwam zijn, bepaalt het karakter van de vissoort goeddeels of deze handtam kan worden of niet. Bij sommige vissoorten, zoals de nieuwsgierige karper, is handtam zijn eerder regel dan uitzondering. Bij andere soorten is dit uitgesloten of lukt het slechts ten dele. Neem bijvoorbeeld de goudwinde, een erg populaire maar schichtige vijvervis die zich gewoonlijk is grote scholen, dicht bij het waterspiegel ophoudt. Met veel oefening kunnen we deze vis weliswaar aan het gezelschap van mensen laten wennen, het voederen ui de hand, laat staan aaien lukt zelden of nooit. Nishikigoi zijn wat dat betreft heel wat liefhaftiger van aard, maar toch is het ook zo dat de ene liefhebber zijn koi beter handtam krijgt dan de andere. Vissen zijn geen domme, hersenloze dieren zoals wel eens gedacht wordt. Het fundamentele begrip, dat vissen kunnen denken en net zoals de zoogdieren emoties en pijn kunnen ervaren, is de laatste jaren sterk groeiende. Deze overtuiging vindt niet alleen steun in onze eigen ervaringen, maar ook in het wetenschappelijke onderzoek. Zo is bijvoorbeeld al aangetoond dat vissen zich in ruil voor een beloning kunstjes laten aanleren. Ook zouden vissen kun baasjes herkennen en koppelen zij zogenaamd vermijdingsgedrag aan vreemde en gevaarlijke situaties. Kwaliteitsvolle, rustige omgeving Een gezonde koi met plezier in het leven is nieuwsgierig genoeg om zijn baasje op te zoeken. Gezonde koi in een goede waterkwaliteit zijn dan ook een must. Zieke koi zijn schichtig en hebben geen enkele behoefte aan een koi-baasje relatie. Geef ze eens ongelijk! Koi zijn rustige vissen. Maar soms zitten ook zij niet lekker in hun vel. Zo kunnen zij bijvoorbeeld gestrest zijn door het regelmatige bezoek van natuurlijke vijanden, zoals katten en reigers. In dit geval zullen zij weinig handtam gedrag vertonen. Even funest is het frequent netten van koi, alsook onstuimige huisdieren met name honden en druk belopen plaatsen. Een rustige locatie in de tuin is dus een belangrijke voorwaarde om uw doel te kunnen bereiken. Verder blijkt dan schichtige vissen zoals goudwindes, elristen en grondeltjes hun onrustige gedrag op de koi kunnen overbrengen. Dan kan aldus een grote belemmering zijn bij het handtam maken van koi.
Voederen is speeltijd Ongetwijfeld de beste manier om koi handtam te krijgen is dit middels het voederen te doen. Door zich met dit vermakelijk ritueel bezig te houden, kunt u uw dieren spelenderwijs handtam maken. Voeder daarom op vaste tijdstippen, neem uw tijd en doe het rustig aan. Speel met uw koi, daag ze uit en blijf in de buurt. Het is immers de bedoeling dat ze uw aanwezigheid aan prettige gebeurtenissen gaan koppelen. Pastavoeders kunt u rond de vinger aanbrengen, een appelsien geeft hen een leuke afleiding en het letterlijk in de muil kunnen deponeren van voederkorrels, creëert een band tussen koi en zijn baasje.
Handtamme Chagoi Dat er grote verschillen zijn in de karakters van diverse vissoorten, werd in dit artikel al verschillende malen aangehaald. Dat er echter grote verschillen zijn tussen de verschillende koivariëteiten is opmerkelijk. Zo hebben de Chagoi en Soragoi, alsook hun onderlinge kruising Ochiba Chigure, een uitgesproken zacht karakter en zijn zij nog sneller handtam dan de andere koivarianten. Zij brengen letterlijk rust in de vijver. Als u een van deze handtammer leiders samen met uw andere koi de vijver laat bevolken, zult u al snel merken dat ze de koibende collectief en positief beïnvloeden. Sterker nog, het bijzetten van een Chagoi, Soragoi of Ochiba Shigure kan een ware revolutie veroorzaken. Laat uw koi van elkaar leren en sta versteld van de resultaten.
|

Op onze planeet kunnen we twee verschillende waterleefgebieden onderscheiden, namelijk de wereldzeeën en de zoete binnenwateren. In beide gevallen gaat het om een leefgebied met een totaal verschillende leefgemeenschap. Dit is te wijten aan een sterk verschillend zoutgehalte. Hoe komt het nu dat het in zeewater opgeloste zout zo een sterke invloed heeft op de leefgemeenschap? Voor we deze vraag beantwoorden moeten we eerst weten hoe deze zoutgehaltes ontstaan. Door de zon verdampt het water en ontstaan er wolken. Het zout blijft daarbij achter in zee. Wolken vervoeren dit verdampte water naar het vaste land, waar het als neerslag terug naar beneden komt. Dit neerslagwater verzamelt zich onder de aardoppervlakte in beken en stromen, die tenslotte als grote rivieren terugstromen naar zee. Tijdens dit proces worden kleine, nauwelijks meetbare, hoeveelheden zouten uit het land opgelost en mee naar zee getransporteerd. Als gevolg daarvan komt er onafgebroken zout in zee, dat zeer langzaam en in miljoenen jaren tot een enorme hoeveelheid is aangegroeid. Daar waar de rivieren in zee stromen en het zoete water zich met het zoute vermengd noemen we de "brakwaterzone". Het zoutgehalte verschilt er sterk en varieert van zeer gering tot uiterst hoog. Dit is sterk bepalend voor de aanwezigheid van bepaalde dieren en planten. Zulke gebieden kunnen zich soms enorm ver strekken. Het beste voorbeeld daarvan is de "Oostzee". |
| Netten en transorteren van koi |
Koi inspecteren en behandelen Koi kunnen we maar op één enkele manier goed netten en dat is op een rustige kalme manier en met de juiste materialen. We kunnen enkele voorbereidingen treffen bij het netten van een koi:
- De meetbak of het inspectievat op het wateroppervlak plaatsen. Vooraleer we de koi vangen zetten we de meetbak of het inspectievat op het wateroppervlak. meetbakken laten we wat vollopen met vijverwater. Een tweede persoon kan de bak of het vat vasthouden zodat het niet wegdrijft.
- We houden het Japans schepnet & koisok bij de hand. We kunnen enkel koi op een rustige manier vangen wanneer we alles in handbereik hebben Ook de andere materialen voor het transport naar een andere vijver of de hospitaaltank hebben we best binnen handbereik zodat geen tijd verloren gaat tussen het vangen van de koi en zijn bestemming. Nu kunnen we overgaan tot het vangen van de koi. Het grote voordeel is dat koi van nature uit heel rustige, tamme vissen zijn die zich vrij vlug laten vangen op voorwaarde dat we het zelf rustig aanpakken en geen onverwachte bewegingen maken met ons schepnet.
Het netten van een Koi We nemen een voldoende groot Japanse schepnet met een lange steel. Rond de vijver hullen en een té klein schepnet zijn uit den boze. We brengen het schepnet onder water en proberen de koi te vangen. Een eerste poging zal misschien niet lukken maar hou alvast je schepnet altijd onder water en haal het niet steeds boven wanneer een poging mislukt is. Het steeds weer uit het water nemen en in het water houden van het schepnet is niet bevorderlijk voor een rustige vangst. Blijf rustig en kalm, lukt het niet om de koi te vangen dan is het aan te raden om de koi vertrouwt te maken met het schepnet door het een tijdje in het water te laten liggen en de volgende dag opnieuw te proberen of door het heen en weer te bewegen zonder de bedoeling van de koi effectief te willen vangen. Je koi naar de meetbak of het inspectievat brengen Wanneer een poging is gelukt en we hebben de koi in het schepnet dan mag je nooit maar dan ook nooit de koi boven water halen en je schepnet optrekken boven het watervlak.
- Een koi is gevoelig aan de rug
- We voorkomen dat de koi in het water plonst mocht hij zich uit het schepnet werpen
We brengen de koi tot bij onze bowl door ons schepnet te verslepen. Haal de koi niet uit het water maar kantel de bak of het vat en breng het schepnet erin. Kantel het schepnet een beetje en de koi zwemt zonder ongelukken in zijn bak. Dit is dé manier om een koi te gaan vangen. Inspecteren of transporteren Wanneer we de koi gewoon aan een inspectie willen onderwerpen dan kan dit nu gebeuren. Is de koi niet rustig dan kunnen even iets over de bak of het vat leggen. Sommige meetbakken hebben een deksel. Nadat de inspectie is gebeurd kantelen we gewoon de bak of het vat en de koi kan weer naar zijn vrijheid zwemmen. Een koi die ziek blijkt te zijn en een koi die naar een andere vijver moet zal moeten worden getransporteerd Er zijn verschillende mogelijkheden:
- Over een korte afstand, binnen uw eigendom, enkele meters
- Over een middenlange afstand, binnen uw eigendom, enkele 10 tallen meter
- Over een lange afstand, wanneer een wagen nodig is
In het eerste geval gebruiken we ons speciale Koisok. Een koisok is lang, smal en aan beide zijden open. Als we koi gevangen hebben kunnen we hem in de meetbak of het inspectievat vlug vangen met een koisok. Heel belangrijk is dat we beide zijden dichthouden zodat geen ongelukken kunnen gebeuren. Eens we de koi gevangen hebben in het mkoisok kunnen we hem voorzichtig uit het water tillen en naar zijn bestemming brengen waarna we hem terug loslaten. Deze methode kan gemakkelijk door één persoon voltooid worden. Is de afstand groter, bijvoorbeeld van de ene uithoek van de tuin naar de andere dan vervoeren we de koi best in een gesloten bak of vat beveiligd door bovenaan een deksel aan te brengen. Deze methode voeren we best uit met twee personen. Het gewicht van het vat en vaak ook de omvang maken het niet gemakkelijk om de koi te transporteren. Wanneer de bak of het vat gedragen moet worden zorg er dan in eerste instantie voor dat het recipiënt voorzien is van een rand om het te kunnen dragen. Wanneer de afstand met een wagen moet worden overbrugt dan moeten we de koi vervoeren in een plastie zak, goed beveiligd en in de beste omstandigheden. Daarvoor nemen we best twee plastik zakken. De kans op lekkages is minder groot en het geheel is sterker, we kunnen de zak met de koi dan beter optillen. We vouwen de zakken bovenaan samen, zo krijgen we een stevige kraag voor het tillen en kunnen we de plastiek zakken é énvoudiger openhouden. We zijn nu klaar om de koi op te vangen in de plastiek zak. We vullen de plastiek zakken met water uit het inspectievat en houden de plastiek zakken wijd open zodat we de koi ermee kunnen opscheppen. We voorzien de zak van een voldoende hoeveelheid vijverwater. Belangrijk want de plasteik zak komt straks plat te liggen in een doos. De koi moet zich voldoende in het water bevinden. Eénmaal de koi opgenomen is in de zak kunnen we hem in zijn doos brengen. De beste dozen zijn die dozen waarmee ze vanuit Japan naar hier komen. Ze zijn smal en lang, ideaal om de zak stevig in vast te houden aan alle kanten. Vraag er eentje bij je koidealer en hou de doos bij voor toekomstige aankopen. Koi handelaars zullen nu extra zuurstof toedienen en eventueel een product om de koi wat rustig te houden voor het transport.Als je maar enkele kilometers hebt te rijden dan is dit niet echt een noodzaak om te doen.
Belangrijk is nu dat we de plastiekzakken luchtdicht maken zodat geen lucht verloren kan gaan. We nemen de uiteinden en maken er een sterke knoop van die we met een tweetal elastieken samenbinden. Uiteindelijk leggen we de plastiek zak plat in de doos en vouwen de doos dicht. Let op dat de koi zich voldoende in het water bevindt. Heb je hiermee geen ervaring dan vul je best eens op voorhand een zak en leg hem in de doos, zo weet je meteen of je al dan niet meer water moet toevoegen. We plaatsen de doos in de koffer van de wagen, goed donker en stevig zodat de doos tijdens vervoer niet kan opvallen of verschuiven.
|
Nishikigoi, of kortweg Koi. Sinds de geboorte van de Koi, zo’n 200 jaar terug in de bergen van Yamakoshi, is haar opmars zowel binnen als buiten de grenzen van Japan niet meer te stuiten. Het was eigenlijk bij wijze van puur toeval dat enkele Japanse rijstboeren uit de omgeving van Yamakoshi, in de prefectuur Niigata, ruim 200 jaar geleden de eerste gekleurde karpers kweekten. Het waren kleurrijke mutanten van de gewone karper, die men daar hield om de lokale bevolking van een gevarieerd dieet te kunnen voorzien tijdens de veelal strenge winters in het bergachtige gebied. De mutanten werden – geheel terecht – gewaardeerd om hun kleurenpracht en men ging ze dan ook, bij wijze van experiment, selecteren op kleur. Vele honderden kleurvariëteiten van de karper zijn er zo ontstaan en niet zonder succes! Het zwemmende juweel groeide in korte tijd uit tot het nationale symbool van Japan en zij kreeg daarnaast een internationale bekendheid. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw brak de Koihobby definitief door in de rest van de wereld. Rust, Kracht & Adembenemende Schoonheid Het houden van Koi schenkt ons voldoening in velerlei opzichten. Koi zijn levende wezens die relatief weinig zorg vereisen en die geen schade zullen ondervinden indien deze zorg voor een dag ontbreekt. En gezien het feit dat Nishikigoi gemiddeld een leeftijd bereiken van 20 jaar of meer, is het geen vreemd gegeven dat veel liefhebbers een bijzonder hechte band opbouwen met hun Koi. Het zijn in mijn ogen edele dieren. Behandel ze dan ook met respect. Niet alleen is de Koi elegant, zij is daarnaast ook het toonbeeld van schoonheid. De kleurenpracht van de zwemmende juwelen bij afmetingen van soms wel meer dan een meter lengte (!) is immers ongeëvenaard. Wie rustig bij de vijver staat en de vreedzame, elegante zwembewegingen van de Koi op zich laat inwerken, zal zich van de alledaagse stress bevrijd voelen. De Nishikigoi is een bijzonder dierbaar sieraad voor uw vijver. De relatie met de dealer is een verhaal apart. Het is van het grootste belang dat u een goede band opbouwt met een vaste dealer, zodat er een wederzijds vertrouwen ontstaat. Dit zal zich in de loop der jaren uitbetalen in voordelen voor beide partijen zoals wederzijds vertrouwen, eventuele kortingen, minder kans op ziekten en welgemeende adviezen. Alvorens u überhaupt overgaat tot de aanschaf van Koi of de bouw van een vijver raden wij u aan zich breed te oriënteren en informeren middels o.a. het lezen van boeken, magazines en internetmedia; lid te worden van een Koivereniging en het bezoeken van verschillende dealers en handelaren. Wees kritisch – dat mag best – en laat u vooral heel goed informeren! U kunt bij ons altijd terecht voor vrijblijvend advies!
Uw Droomvijver De Koi verschilt significant van de goudvis. Zij stelt dan ook heel andere eisen aan de vijver en haar constructie. Om jarenlang te kunnen genieten van uw Koi is een goed functionerende vijver essentieel. Een beplante vijver is veelal geen verstandige keuze aangezien Koi nog altijd veel van hun oerdriften bezitten en best een ‘hapje plant’ lusten. U kunt daarom het beste kiezen voor een gemetselde en / of gepolyesterde vijver, welke u naar uw droomontwerp kunt bouwen of laten aanleggen door een daarvoor gespecialiseerd bedrijf. Het ontwerp heeft bij voorkeur een vorm die een goede doorstroming waarborgt en tegelijkertijd aansluit op de omringende tuin. Het is daarbij aan te raden een locatie te kiezen die in het zicht ligt, maar uit de buurt van bomen en daarbij bereikbaar is voor voorzieningen als elektriciteit en vers water. Een zonnige plek brengt voornamelijk voordelen met zich mee. Een gemiddelde Koivijver is 1,5 meter diep, maar beter is nog om een diepte van 1,8 – 2 meter te overwegen.
Het Belang van een Goede Filterinstallatie De gezondheid en het welzijn van de Nishikigoi valt en staat met de kwaliteit van het water waar hij of zij in zwemt. ‘Slecht water’ leidt niet alleen tot zieke of zwakke Koi, maar ook tot groen water, slecht groeiende planten en andere teleurstellingen. Goed watermanagement is daarom een vereiste voor een zorgeloze beleving van de hobby. Dit kan men eenvou digweg bereiken door de aanschaf of bouw van een goede filterinstallatie, welke in kan staan voor een efficiënte reiniging van het water en garant staat voor een Koi vriendelijke leefomgeving. Een vijver is in principe een gesloten systeem met een begrenst volume aan water, terwijl deze continue wordt vervuild door uitwerpselen, voedselresten, vallend blad, etc. Een goed filter behoort deze vaste verontreinigingen, maar ook haar (veelal schadelijke) afbraakproducten, direct uit het systeem te halen cq. om te zetten naar onschadelijke bestanddelen, zodat het water geschikt blijft voor onze gevinde vrienden. De twee belangrijkste stappen van het filtratieproces zijn de (mechanische) voorfiltratie en de biologische filtratie. Het voorfilter (bijv. zeefbochten, vortices, filterborstels,…) is vóór het filter geplaatst en dient ervoor om vaste deeltjes voorafgaande aan de werkelijke bioconversie direct uit het water te verwijderen. Vervolgens komt het water aan in het biologische filtergedeelte, alwaar bacteriën schadelijke stikstofhoudende afbraakproducten als ammoniak en nitriet via ingewikkelde chemische processen omzetten naar minder schadelijke stoffen, zodat het water weer veilig terug kan naar de vijver. Deze “nitrificerende bacteriën” – aangehecht op zgn. ‘biocarriers’ als dynamische filtermedia (Bioflow KNS, Kaldnes K1, Bee-cell2000), bioballen, lava of substraat en Japanse of matala matten – vormen het kloppende hart van de vijver en vragen vooral heel veel zuurstof. Het eindresultaat van een goedwerkend filter is sprankelend helder en oergezond water!
nitrificerende bacteriën Zonet beschreven wij al het belang van de nitrificerende bacteriën, die er 24/uur per dag aan bijdragen dat afvalstoffen in het ecosysteem weer beschikbaar komen voor o.a. planten. Dit gaat volgens een ingewikkelde cyclus, de stikstofkringloop, in verschillende tussenstappen. Hiervan zullen wij er enkele doorlopen, aangezien de kennis hiervan essentieel is voor het begrip van water en waterkwaliteit. Dag in, dag uit wordt er organisch afvalmateriaal gevormd. Uitwerpselen van uw Koi, dood plantmateriaal en voedselresten zijn slechts enkele voorbeelden. Dit organisch materiaal bestaat voor een belangrijk deel uit eiwitten, die op hun beurt weer stikstof als belangrijk component bezitten. Het afvalmateriaal wordt al snel afgebroken, waarbij de giftige stoffen ammonium (NH4+) en / of ammoniak (NH3) vrijkomen. Nitrificerende bacteriën gaan hiermee aan de slag en zetten dit, met heel veel zuurstof, via het eveneens giftige nitriet (NO2-) om naar het onschadelijke nitraat (NO3), wat planten weer kunnen gebruiken om te groeien. De cirkel is rond. Om het biologische deel van het filter versneld op gang te helpen kan men deze enten met bacteriepreparaten. Filterbacteriën zijn zowel in gevriesdroogde als vloeibare vorm verkrijgbaar, de laatste optie lijkt de voorkeur te hebben. Echter, een beetje filtermedium afkomstig uit rijpe filtersystemen voldoen minstens zo goed als entmateriaal…
Nogmaals Zuurstof… Zuurstof (O2) neemt een aparte plaats in op het geheel en wij benadrukken nog maar eens het belang van dit stofje. Het vóórkomen van het molecuul is een essentiële voorwaarde voor leven, een goed werkend filter en een optimale ontwikkeling van uw Koi. Hiertoe dient men de vijver, maar voorál het filter, goed te beluchten middels een luchtpomp. Dit is een pomp die lucht aanzuigt en deze via luchtslangen in luchtsteentjes blaast, welke in de vijver of filter uitmonden, met als doel het zuurstofniveau van het vijverwater te doen toenemen. Meerkamerfilter, Beadfilter of toch Bwb filter. Een filterinstallatie kent vele verschijningsvormen en als beginner is het niet ondenkbaar dat u door de bomen het bos niet meer ziet. Wij zijn echter in staat om drie belangrijke hoofdstromingen in de huidige wereld van het watermanagement aan te geven; nl. het meerkamerfilter, het beadfilter en het ‘bewegend bed’ principe. Van dit rijtje is het meerkamerfilter eigenlijk het meest conventioneel. Zo’n filter bestaat uit meerdere kamers met daarin verschillende filtermaterialen. Vaak achtereenvolgens gevuld met filterborstels, bewegend bed en Japanse en / of matala matten. Grofweg kan men stellen dat een dergelijk filter een inhoud moet hebben die ongeveer gelijk is aan 1/5 van de totale vijverinhoud, maar beter is nog om de grootte van het filter te berekenen op de uiteindelijke visbezetting. Belangrijkste nadeel van dit filtertype: het intensieve onderhoud. Een meerkamerfilter kan men zowel als ‘gravity’ systeem als ‘pompgevoed’ systeem integreren in het geheel. ‘Gravity’ wil zeggen dat men gebruik maakt van bottomdrains en dat het ‘vuile’ water en het bodemslib vanaf de bodem het filter in wordt getrokken. In de laatste kamer staat een pomp die voor de waterverplaatsing zorgt, terug naar de vijver. Dit filter staat op hetzelfde niveau als de vijver en werkt dus op basis van ‘de wet der communicerende vaten’. Een pompgevoed systeem, het alternatief, wordt minder toegepast. Hierbij staat de pomp in de vijver, die het vijverwater naar het filter loodst. Het schone water stroomt vervolgens, onder invloed van de zwaartekracht, terug de vijver in. Een pompgevoed filter staat meestal op de rand van het vijver, altijd bóven de waterspiegel van de vijver. Naast het kamerfilter bestaat er het beadfilter. Beadfilters zijn vooral interessant omdat ze zeer weinig plaats in beslag nemen terwijl ze toch, dankzij de ontelbare korrels, een groot nuttig oppervlak hebben voor de nitrificerende bacteriën. Eén beadfilter bevat vele duizenden van deze zgn. “beads”. Het onderhoud stelt niet veel voor en bovendien hebben wij het hier over een zeer energiezuinige wijze van filtratie. Vanwege de efficiëntie, ruimte- en energiebesparing is het zeker de moeite waard om de aanschaf van dit filtertype te overwegen…. Het bewegend bed, als hekkensluiter van een illuster rijtje, is de laatste jaren enorm in opkomst. Vaak wordt het principe toegepast in meerkamerfilters of in varianten daarvan. De verhouding in een kamer waar men bewegend bed gebruikt is plusminus 50% biocarrier (Bioflow KNS, Kaldnes K1, Bee-Cell2000) en 50% water. De filtermedia worden in beweging gebracht door middel van een zeer intensieve beluchting. De keuze voor de naam ‘bewegend bed’ is dan ook niet zo vreemd. Het principe is relatief goedkoop en is een ideale behuizing voor uw bacteriecultuur.
De UVC Lamp Hoe krachtig uw filter ook is, bij een hoge visbezetting zijn zweef- en draadalgen in de vijver haast niet te vermijden en daar kan het filter op zichzelf helemaal niets aan doen. Algen worden primair veroorzaakt door een overschot aan voedingsstoffen (nitraten, fosfaten) in het water en zijn in principe niet schadelijk, maar wel heel ongewenst! De schappen van Koi speciaalzaken liggen tegenwoordig vol met poedertjes, middeltjes en apparaten die deze algen knock-out kunnen slaan. Echter, niet iedere oplossing is zonder gevaren. De UV-C lamp, één van de beproefde oplossingen tegen zweefalgen, is daarentegen relatief veilig in gebruik. De lamp straalt UV licht uit in een frequentiegebied die zweefalgen doet sterven, zodat de ‘groene soep’ als sneeuw voor de zon verdwijnt. Resultaat: glashelder water! Voor een ‘gewone’ siervijver kunt u met gemak een vermogen van 1 à 2 Watt per 1.000 liter water aanhouden, terwijl een Koivijver op zijn minst 3 à 4 Watt per 1.000 liter vereist. Het is dan wel van belang om ervoor te zorgen dat het vijverwater voldoende contacttijd maakt met de UV straling, zodat het apparaat zijn werk naar behoren kan uitoefenen. Dit kan men bereiken door de capaciteit van de pomp af te stemmen op het vermogen van de lamp. Veelal is de UV lamp na één vijverseizoen opgebrand en toe aan vervanging. Een opmerking: koper en zink zijn, in welke concentratie dan ook, uit den boze! De vijver is immers géén chemisch afvaldepot. Perfect Watermanagement U heeft het al eerder kunnen lezen en wij herhalen het nog maar eens. De gezondheid en het welzijn van de Nishikigoi valt en staat met de kwaliteit van het water waar hij of zij in zwemt. Dit staat als een paal boven water, maar hier is geen touw aan vast te knopen wanneer u niet precies weet wat men nu juist verstaat onder ‘goede waterkwaliteit’. Welnu, men spreekt van een goede waterkwaliteit, wanneer het tegemoetkomt aan de eisen en voorwaarden die een Koi aan haar leefomgeving stelt. Dit komt er op neer dat men de Koi zoveel mogelijk moet behoeden voor schommelingen in het milieu, dat er zoveel mogelijk opgeloste zuurstof voorhanden moet zijn en dat er zo min mogelijk (giftige) afvalstoffen in het water mogen verblijven. Een goed filter is een eerste begin, maar er is meer dan dat alleen. Een aantal waterwaarden, of parameters zoals zij met een mooi woord worden genoemd, moeten extra in de gaten worden gehouden. De pH (zuurgraad), KH (carbonaathardheid of bufferend vermogen) en GH (totale hardheid) zijn algemene waarden van het water. Voor de zuurgraad geldt dat deze stabiel moet zijn en dus niet al teveel mag schommelen. Normale waarden variëren van pH 6 tot pH 8. Een stabiele zuurgraad is te bewerkstelligen door een carbonaathardheid aan te houden die voldoende hoog is (tussen 4 en 10 °dH). De GH moet ten slotte een waarde hebben van minimaal 8 °dH om normale groei van waterleven toe te staan. De laatste jaren is er in de Koiwereld een begrijpelijke tendens ontstaan rondom het (per expres) handhaven van lage KH- en GH-waarden. Voor beginners is het niet iets om te overwegen zonder zich eerst de basisprincipes kenbaar te hebben gemaakt. Hier kom ik in een later, diepgaander, artikel nog eens op terug. Naast deze genoemde waarden zijn tevens concentraties van ammonium/ammoniak, nitriet en zuurstof van het allergrootste belang. Ammonium/ammoniak (NH4+) en nitriet (NO2-) zijn giftige (!) afbraakproducten van de stikstofcyclus die niet of nauwelijks meetbaar mogen zijn! Wanneer dit wel het geval is, zal men onmiddellijk in moeten grijpen middels waterverversing om te voorkomen dat de vissen in de problemen komen. Het belang van zuurstof is al eerder aan bod gekomen; deze moet voldoende hoog zijn. Alle bovenstaande parameters kunnen op eenvoudige wijze worden gemeten door de hobbyist. Hiervoor zijn – naar volgorde van precisie – meetsticks, druppelsetjes en digitale meetapparatuur in de handel. Omwille van de nauwkeurigheid komen enkel druppelsets en digitale meetapparatuur in aanmerking. Druppelsetjes zijn goedkoop, maar het testen is vaak arbeidsintensief en het resultaat soms wisselend. Digitale meetapparatuur geven zeer nauwkeurige waarden en het testen is zo gepiept. Helaas ligt de prijs ervan vele malen hoger.
Kwaliteit in koivoer Koi worden dikwijls de ‘varkens van de vijver’ genoemd. Dit getuigt niet van al te veel respect, maar er zit wel degelijk een kern van waarheid in. Wat u uw Koi ook zult voorschotelen, opvreten zullen ze het meestal toch wel. Alleen niet alles wat hen wordt gegeven, is even goed voor hun gestel. Variatie in het dieet is een vereiste, kwaliteitsvoeding is essentieel. Het is een onderwerp waar ik een boek over vol zouden kunnen schrijven, ware het niet dat er slechts een beperkte ruimte voor gereserveerd is. Goed Koivoer dient te bestaan uit de juiste ingrediënten en behoort een geschikte verhouding aan eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen te bevatten. Ook zult u rekening moeten houden met het feit dat een Koi koudbloedig is en dat de vertering daarom afhankelijk is van de seizoenen. Hoe warmer het is, des te meer men mag voeren. Beneden de 6 °C voert men niet meer, het is simpelweg te koud. ’s Zomers geeft men standaard voer, kleurvoer of groeivoer, terwijl de Koi in de winter graag ‘wheatgerm’ voeding krijgen. Dit doet men het liefst in zo klein mogelijke porties verdeeld over de dag en vooral niet in één keer. Dagelijks voert men doorgaans 1 à 2% van het lichaamsgewicht. Het liefst drijvende voer moet dan in principe binnen 2 minuten zijn verzwolgen. De koidokter Nishikigoi zijn levende wezens. Tot mijn grote spijt zijn ‘ziekte’ en ‘dood’ echter onlosmakelijk verbonden met het alles wat leeft. Dus ook Koi kunnen ziek worden. Meestal is een dergelijke toestand toe te schrijven aan verkeerde voeding of slechte huisvesting (lees: waterkwaliteit!), waaruit des te meer blijkt dat de liefhebber van Nishikigoi zich de basiskennis van de hobby eigen zal moeten maken en op deze wijze in kan staan voor het welzijn van dit huisdier. Dit artikel zou een eerste begin moeten zijn bij het opbouwen van die fundamentele Koi kennis. Stress, zuurstofgebrek, temperatuurschommelingen, hoge ammonium en/of nitrietwaarden en zo nog vele andere ziekmakende factoren kunnen een verzwakte weerstand en ziekte of zelfs de dood tot gevolg hebben. In principe is een zulke situatie te voorkomen door zich te houden aan de basisregels, maar mocht het onverhoopt toch zover komen; wacht niet te lang en grijp direct in. Vaak is het verstandig om de hulp in te roepen van een zgn. ‘Koidokter’, een dierenarts die is gespecialiseerd in Koi. Experimenteer NOOIT zelf met allerhande medicijnen om achteraf te ontdekken dat dit een averechts effect heeft gehad. Overdoseer nimmer en bedenk dat beluchting ook hier essentieel is. Weet wat u kan en overschrijd deze grens niet. Het gaat immers om het bestwil van uw Koi! |
Op onze planeet kunnen we twee verschillende waterleefgebieden onderscheiden, namelijk de wereldzeeën en de zoete binnenwateren. In beide gevallen gaat het om een leefgebied met een totaal verschillende leefgemeenschap. Dit is te wijten aan een sterk verschillend zoutgehalte. Hoe komt het nu dat het in zeewater opgeloste zout zo een sterke invloed heeft op de leefgemeenschap?
Voor we deze vraag beantwoorden moeten we eerst weten hoe deze zoutgehaltes ontstaan. Door de zon verdampt het water en ontstaan er wolken. Het zout blijft daarbij achter in zee. Wolken vervoeren dit verdampte water naar het vaste land, waar het als neerslag terug naar beneden komt. Dit neerslagwater verzamelt zich onder de aardoppervlakte in beken en stromen, die tenslotte als grote rivieren terugstromen naar zee. Tijdens dit proces worden kleine, nauwelijks meetbare, hoeveelheden zouten uit het land opgelost en mee naar zee getransporteerd. Als gevolg daarvan komt er onafgebroken zout in zee, dat zeer langzaam en in miljoenen jaren tot een enorme hoeveelheid is aangegroeid.
Daar waar de rivieren in zee stromen en het zoete water zich met het zoute vermengd noemen we de "brakwaterzone". Het zoutgehalte verschilt er sterk en varieert van zeer gering tot uiterst hoog. Dit is sterk bepalend voor de aanwezigheid van bepaalde dieren en planten. Zulke gebieden kunnen zich soms enorm ver strekken. Het beste voorbeeld daarvan is de "Oostzee".
Waterdoorlatende huid
De reden dat zoetwatervissen niet in zee, en ook omgekeerd, kunnen overleven is een gevolg van de huidconstructie. De huid van waterbewoners (vissen) is in tegenstelling tot die van landbewoners min of meer waterdoorlatend. Dit is meteen de reden waarom vissen op het vaste land uitdrogen.
Om nu te begrijpen wat het zoutgehalte met deze hele zaak te maken heeft moeten we enkele wetten van de fysica raadplegen. U weet allemaal dat zout in water oplost en het voor ons onzichtbaar is geworden. We noemen dit water een zoutoplossing. Zeewater is zo een oplossing van ongeveer 3,5%. Omdat vanaf het land gewoonlijk grote hoeveelheden zoet water in zee stromen is dit zoutgehalte bij de kust vaak lager. In de tropen daarentegen bevat het oppervlaktewater meer zout door de hoge verdamping (zout verdampt niet). Dat de zeeën toch gemiddeld hetzelfde zoutgehalte bezitten is het gevolg van de diffusie-wet uit de natuurkunde. Deze diffusie is mogelijk doordat bijna alle zeeën met elkaar in verbinding staan. Afgezonderde wateren bevatten meestal weinig leven. Denk maar eens aan de "Dode zee", waar het zoutgehalte extreme waarden aanneemt. Planten en dieren zijn dan ook niet in staat om deze wateren te bevulken.
Om de functie van de poreuze huid bij zeedieren en vissen te begrijpen is het noodzakelijk het begrip "osmose" te verduidelijken.
Osmose, wat is dat?
Het is niet gemakkelijk het woord osmose in een bepaalde definitie te gieten die meteen alles verklaart. Woordenboeken proberen het als volgt: "het treden van een vloeistof door een wand (membraam) in één richting, als die wand twee vloeistoffen scheidt waarvoor hij in verschillende mate doorlaatbaar is". Iemand die niet op de hoogte is van osmose zal met behulp van deze uitdrukking niet veel meer weten dan voorheen.
Misschien is de volgende "definitie" al iets duidelijker: "osmose is het streven naar evenwicht in opgeloste zouten tussen twee verschillende vloeistoffen die van elkaar gescheiden zijn door een waterdoorlatend membraan".
Aan de hand van een kleine proef is osmose gemakkelijk te verduidelijken.
We voorzien ons van een klein aquarium en delen dit in twee gelijke delen door een scheidingsruit. In deze ruit boren we een niet al te groot gat. Let op, het boren van glas is niet gemakkelijk en vereist een speciale techniek die verder in dit boek uitvoerig besproken wordt. Probeer dit niet zelf indien je niet over de nodige materialen beschikt.
Sluit vervolgens dit gat af met een membraan (=gering waterdoorlatende materie). We kunnen hiervoor een "eivlies" gebruiken of een speciaal vervaardigd membraan. De ene kant van het aquarium vullen we met zoetwater, de andere kant met zoutwater. We zorgen ervoor dat de waterlijn links en rechts even hoog is.
Wat gebeurd er?
Er ontstaat een streven om de zoutconcentratie in zoet en zout water gelijk te maken (wet van de diffusie). Het gevolg is dat het zoetwater door het membraan naar het zoutwater trekt en dit verdunt. Er vindt dus een vermenging plaats in één richting, waardoor het zoute water stijgt en wel zoveel tot het gewicht van het hoger staande water even groot is als de osmotische druk (= P). Deze kracht P is afhankelijk van de zoutoplossing en wordt door de diffusie van de vloeistoffen steeds kleiner. Het proces duurt zulang tot het systeem in evenwicht is. Hadden we het vat langs de kant met zoutwater hermetisch afgesloten. Dan zou het water niet kunnen stijgen en zou door de toenemende druk het geheel uit elkaar spatten. Het membraan zou scheuren!
Volgende praktische toepassing moet nog meer verduidelijken.
Dat het meestal voor de kweek is dat men het heeft over osmose komt omdat de eieren van onze vissen hier nogal gevoelig voor zijn. Gaan we nu het verschijnsel osmose eens bekijken aan de hand van een gewoon ei (zie foto osmose effect op een ei)
We verwijderen de schaal van het ei door ze op te lossen in zoutzuur. We houden dus een bul over met een dun vlies er omheen. Brengen we dit ei in een bak met gedestilleerd water (1) dan wordt het ei groter. Hoe komt dit?
Het vlies rond het ei fungeert als half-doorlaatbaar of semi-permeabel membraan. Water kan er doorheen, zouten niet. Volgens het principe van de diffusie, zal er water het ei binnendringen door de semi-permeabele wand heen, terwijl de zouten er niet uit kunnen. Het ei wordt groter doordat het systeem streeft naar evenwicht. Dit kan in ons geval alleen bereikt worden als de concentratie in het ei lager wordt. Met andere woorden wanneer de zouten worden verdund.
In een oplossing met 1% zout (2) behoudt het ei zijn natuurlijke grootte. Dit wijst erop dat er een evenwicht is in de concentratie binnen en buiten het ei. In een oplossing met veel zout (3) zien we dat het ei krimpt, doordat er water uit het ei stroomt om de zouten in de bak te verdunnen.
Viseieren beschikken ook over zo een wand. Dit verklaart meteen waarom de watersamenstelling zo belangrijk is bij de kweek van bepaalde soorten. Eieren van vissen die in zacht water leven gaan verschrompelen in hard water. De hoeveelheid zout in een vis bedraagt ongeveer 0,9%.
Zeedieren drinken voortdurend
De huid van alle in zee levende dieren en planten kunnen we vergelijken met de poreuze wand. Lichaamsvochten, zoals bloed en lymfevocht, bezitten een lagere zoutconcentratie dan het omringende zeewater. Er zal dus osmotisch drukverschil ontstaan. Is het zoutgehalte in het lichaam lager, zoals dat meestal het geval is, verliest het dier dus zijn vocht en gaat het uitdrogen. Hoe kunnen zeedieren zich uiteindelijk beschermen tegen uitdroging? Heel eenvoudig, ze doen dit precies zoals de mens: door water te drinken! Het teveel aan zouten wordt verwijderd via de kieuwen.
In het zoete water daarentegen waar het zoutgehalte van het lichaam altijd hoger is, dringt het water door de huid naar binnen. Het dier zou uiteindelijk ontploffen indien het geen goed functionerend niersysteem had om het vocht weer naar buiten te werken. Met andere woorden zoetwatervissen urineren!
Als we nu een zeevis in een zoetwateraquarium zetten, dan blijft hij water drinken en komt door osmose ook nog eens water zijn lichaam binnen. Tegen zo een massa water kunnen de nieren van zeedieren, die weinig urine produceren, niet op. De vis zal, door het verminderd zoutgehalte van het lichaamsvocht, snel sterven. Minder stevige zeedieren, zoals kwallen, ploffen zelfs uit elkaar. Een zoetwatervis zou in zoutwater uitdrogen omdat hij zich niet kan wennen aan het drinken van water.
Osmoregulatie vraagt veel energie van de dieren en daardoor hebben ze enige bescherming ontwikkeld om de wateruitwisseling over het hele lichaam te voorkomen. Zo bieden de schubben samen met de dikke slijmlaag een uitstekende vorm van bescherming.
Het is ook onze taak om deze slijmlaag mee te helpen beschermen en zodoende onze vissen met uiterste zorg te behandelen tijdens het transporteren. Deze laag biedt trouwens bescherming tegen ziekteverwekkers.
Slechts enkele dieren kunnen een paar keer in hun leven van zee naar zoet te trekken en omgekeerd. De bekendste zijn de forel, de paling, de spiering, de zalm en het stekelbaarsje. Deze dieren kunnen zich langzaam aanpassen aan de verschillende zoutconcentraties.
Het is hiermee dus duidelijk geworden dat veranderingen in onze waterwaarden, wat meteen leidt tot wijzigingen in de zoutconcentratie, zéér nadelige gevolgen kunnen hebben voor onze vissen.
Omgekeerde osmose
Nu we zo ongeveer weten wat met osmose wordt bedoeld zullen we in de aquaristiek vooral horen spreken over "omgekeerde osmose". Wat is dit nu weer? Wel, het is nogal simpel. Het is duidelijk dat er in een vat waarbij water is gescheiden door een membraan osmotische druk ontstaat indien de zoutconcentratie verschillend is. In dit geval zal het water met het kleinste zoutgehalte door het membraan dringen. Bij omgekeerde osmose proberen we deze techniek precies andersom toe te passen. Dit is uiteraard slechts mogelijk als we druk uitoefenen op het water met het hoogste gehalte aan zout. Op die manier ontdoen we dus het water van bijna alle opgeloste zouten, want slechts het water passeert het membraan.
Deze techniek wordt toegepast bij osmosetoestellen (zie figuur) die in de aquariumhandel te verkrijgen zijn. Deze toestellen bezitten een speciaal geconstrueerd membraan dat voor bepaalde stoffen ondoordringbaar is. Op deze manier is het mogelijk water te zuiveren, afhankelijk van de kwaliteit van het membraan. De druk die nodig is om omgekeerde osmose uit te oefenen wordt ons geleverd door de watermaatschappij. Er is dus geen afzonderlijk elektrisch toestel nodig om deze druk te vervaardigen. Een osmosetoestel bevat in principe twee uitlaten, één voor zuiver water en één voor het "afvalwater". Bij een nieuw goed werkend membraan kan men rekenen op 60% afvalwater. Dit is natuurlijk niet niks, maar het is ook niet nodig om dit water in het riool te doen verdwijnen. Men kan dit gerust nog voor andere doeleinden gebruiken of zelfs een tweede maal door ons toestel sturen.
|
De Nishikigoi, of Japanse sierkarper is een kweekvariant van de gewone Karper (Cyprinus carpio), die in Japan simpelweg Koi wordt genoemd. Hoewel een Chinees boek uit de Jin-dynastie (4e eeuw) de Koi vermeldt als een bontgekleurde karper, wordt aangenomen dat het kweken van Koi als siervis in de 19e eeuw in de Japanse prefectuur Niigata is begonnen, toen rijstboeren ontdekten dat sommige karpers mooier gekleurd waren dan anderen. De opvallende karpers werden gevangen en hier werd mee verder gekweekt.
Hoewel er al rode en witte koi in het begin van de 19e eeuw in Japan verschenen werden deze pas in 1914 bekend voor de buitenwereld, toen de Niigata Koi tentoongesteld werden op de jaarbeurs van Tokio. Enkele Koi werden toen geschonken aan kroonprins Hirohito. De huidige Koi stammen waarschijnlijk af van twee koi van Gosuke, die hij in 1888 kocht. De huidige koivariëteiten zijn pas vanaf 1950 ontstaan.
We onderscheiden vele variëteiten. De verschillende variëteiten zijn ontstaan door allerlei kruisingen tussen met elkaar verwandte Koi. Door deze kruisingen zijn stabiele variëteiten onstaan. Er komen er nog steeds nieuwe bij. Toen transporttijden versnelden en de bewaarmogelijkheden onder meer met de komst van plastic zakken verbeterden, werd de wereldwijde verspreiding van de Japanse Koi een feit. We kunnen de Koi grof weg verdelen in: Koi met en Koi zonder schubben, niet-metaalkleurige en metaalkleurige Koi, en in Koi met en zonder glinsterende schubben. Deze indeling is natuurlijk veel te grof, maar deze vier verschillend kenmerken maken het verschil als we moeten bepalen, tot welke variëteit een Koi behoort.
Laten we beginnen met de niet-metaalkleurige Koi: Hiertoe behoren de Kohaku, de Sanke, de Showa, de Bekko, de Utsurimono, de Asagi, de Shusui, de Koromo en de Tancho. Alle overige niet-metaalkleurige Koi vallen behoren tot de variëteit Kawarimono. Deze variëteit omvat een groot aantal zeer verschillende Koi, zoals o.a. de Goshiki, de Chagoi, de Ochiba Chigure en natuurlijk niet te vergeten de Kumonryo.
Tot de metaalkleurige Koi behoren de volgende categoriën:
De Hikari Mujimono (Ogon), een metaalkleurige Koi met slechts een kleur. De meest bekende vertegenwoordigers zijn o.a. de Platinum Ogon of Purachina, de Yamabuki en Matsuba’s.
De Hikari Utsurimono, metaalkleurige koi onstaan door kruisingen tussen Ogon met Showa en Ogon met Utsuri. Het zijn dus metaalkleurige Showa’s en Utsuri’s.
Tot slot kennen we nog de Hikarimo Moyomono. Hiertoe behoren alle metaalkleurige Koi met meer kleuren en die niet behoren tot de Hikare Utsurimono. De bekendste vertegenwoordiger is wel de Kujaku.
Koi zonder schubben worden Doitsu (Duitse spiegelkarper) genoemd. Bovengenoemde variëteiten kunnen ook als Doits voorkomen en worden op de Holland Koi Show in twee categoriën verdeeld: Doitsu A en Doitsu B. Tot de eerste categorie behoren de doitsu variant van de Kohaku, de Sanke, de Showa en de Utsurimono. De Sushui is een Doitsu Asagi en vormt een samen met de Asagi een aparte showcategorie. Alle overige worden geklassificeerd als Doitsu B.
Tot slot kennen we nog Koi met glinsterende schubben. Ook heir onderscheiden we twee categoriën, te weten de Kinginrin A en de Kinginrin B. De verdeling tussen A en B gebeurt op grond van het zelfde principe als bij de Doitsu. De Kinginrin worden gekenmerkt door glinsterende schubben. Het lijkt wel of een groot gedeelte van de schubben bedekt zijn met pareltjes of diamantjes.
Bron: nvn-koi
|
|